De schat

Er was eens een meisje dat Cassandra heette. Ze was heel eenzaam. Haar vader was op zee en haar moeder was overleden. Cassandra zat in een weeshuis. Er was niks aan, ze deden altijd hetzelfde, ze aten elke dag hetzelfde en ze moesten elke avond om half acht al naar bed.
Maar op een dag vond Cassandra een schat. Hoe ze eraan komt en wat ermee gebeurde lees je in dit verhaal:

Cassandra zat zoals iedere dag eenzaam in haar kamertje. Ze dacht aan haar moeder die dood was en aan haar vader die pas over een jaar terug kwam. Ze had haar vader maar 2 keer gezien. Toen ze geboren werd, was haar vader er geeneens. En kort daarna is haar moeder overleden. Eerst ging ze naar de buurvrouw en een maand later kwam haar vader thuis. Ze was een jaar bij haar vader, maar toen moest hij weer voor zijn werk varen op zee. Haar vader had haar achtergelaten bij haar oma. Maar oma kon natuurlijk niet de hele tijd voor haar zorgen, dus bracht oma haar naar een weeshuis. Cassandra is nu bijna acht jaar. Haar vader wist niet dat Cassandra in een weeshuis zat.

De volgende morgen zaten ze aan het ontbijt. Ze aten `s morgens altijd een halve boterham met kaas. Na het ontbijt ging Cassandra samen met Minke, ook een meisje van het weeshuis, naar buiten. Ze gingen naar het bos. Opeens zagen ze een diepe kuil. Ze keken erin en zagen een papiertje, maar ze konden vanaf hier niet lezen wat erop stond. Cassandra liet zich in de kuil glijden en pakte het papiertje. Toen ze het gelezen had, ging ze weer naar boven. Ze zei tegen Minke:,,Kijk nou eens! Op dit briefje staat dat in deze diepe kuil een schat ligt. En er staat ook: wie hem vindt moet zich bij de burgemeester melden. Oh, niemand heeft gegraven naar de schat, dat zie je zo. Zullen wij een schep ophalen en gaan graven?", vroeg Cassandra aan Minke. ,,Goed idee.", zei Minke, ,,Misschien is het wel goud en zilver en brons. Misschien zijn het wel diamanten. Kom, ik haal een schep, blijf jij hier staan?"
,,Goed. En kom snel terug.", zei Cassandra. ,,Doei, tot straks!"
Minke haalde snel de schep op en kwam terug. ,,Mag ik graven?", vroeg ze. ,,Goed, we graven omstebeurt. Begin maar.", zei Cassandra.
Toen Minke zat te graven pakte Cassandra een broodje. Ze at het op. Toen mocht Cassandra graven. Opeens voelde Cassandra iets hards.
,,Ik voel de schat!", zei ze trots. ,,Kom, graaf vlug verder. Ik ben benieuwd.", zei Minke.

Cassandra groef verder en verder. Totdat ze de kist kon pakken. Hij was erg zwaar. Er zat ook een mes bij waarmee je de kist kon openmaken. Cassandra maakte hem open. En weet je wat erin zat? Een brief. Ze begonnen te lezen. `Maak met het mes de schat nog verder open. Dan zie je wat er inzit.` Minke maakte hem verder open en weet je wat er toen inzat? Allemaal diamanten en goudstukken, zilveren kettingen en nog veel meer. Toen zagen ze weer een brief. Er stond: `Goed gedaan! Jullie mogen naar de burgemeester gaan, dan horen jullie waarom er een schat lag.` ,,Kom op.", zei Minke, ,,We gaan naar de burgemeester." Ze gingen er naartoe.

Toen ze er waren deden ze de deur voorzichtig open. Ze zagen de burgemeester. Ze liepen er naartoe en Cassandra vertelde van de schat en de brief. De burgemeester knikte en zei:,,Zozo, jullie zij dus benieuwd waarom de schat daar lag?" ,,Ja meneer de burgemeester.", zeiden ze. ,,Nou,", zei de burgemeester, ,,we hebben hem daar neer gelegd omdat we hem gekregen hebben van de kapitein van een schip dat hier soms langskomt. Hij zei dat we hem moesten begraven met de brief erbij. Hij zei ook dat als iemand hem gevonden heeft dat we dan hem op moeten bellen. Dus gaan we hem nu opbellen." ,,Goed.", zeiden Cassandra en Minke. De burgemeester pakte de telefoon en draaide het nummer.

,,Met de kapitein.", hoorden ze aan de andere kant. ,,Hallo.", zei de burgemeester en vertelde het verhaal. ,,Oké, doeg." ,,Oké kinderen.", zei de burgemeester, ,,Morgen komt hij hier naartoe om tien uur. Als jullie ervoor zorgen dat je er dan bent, is het goed." ,,Oké.", zeiden ze. ,,Tot ziens." ,,Tot morgen!." En ze gingen naar huis.

De volgende morgen zaten ze weer bij de burgemeester. De kapitein was er ook. Toen Cassandra de kapitein zag, schrok ze. Die kapitein was haar vader! ,,Papa.", zei ze, ,,Papa, ben jij het?" ,,Cassandra.", zei papa. En ze vlogen elkaar om de hals. ,,Heb jij die schat begraven in die kuil?" ,,Ja.", zei papa. ,,O, papa, ik ben in een weeshuis. En het is er niet zo leuk. Maar ik ben blij om jou te zien." ,,Ik ben ook blij om jou te zien.", zei papa. Minke zei:,,Nou wil ik wel eens weten waarom u die schat begraven hebt." ,,Nou", zei vader, ,,Ik heb het gedaan omdat ik die schat gevonden had en toen was ik naar de burgemeester gegaan en hij heeft hem begraven. ,,Zo.", zei de burgemeester, ,,Dus is dit jouw vader?" ,,Ja,", zei Cassandra, ,,en ik ga niet meer naar het weeshuis." ,,Nou goed,", zei vader, ,,Ik zoek ander werk en wij blijven altijd bij elkaar." En dat gebeurde en ze leefden nog lang en gelukkig.

 

Door: Karlijn Hulshof (9)