De vreemde mug

Igor was een verwende kabouterjongen. Zijn ouders waren schatrijk en konden alles voor hem kopen wat zijn hartje begeerde.

Op een zomerdag zat Igor in de tuin. In een kring rondom hem lag het mooiste speelgoed, dat je maar kunt bedenken.

Toch speelde Igor er niet mee. Hij zat zich gruwelijk te vervelen. Met een boze blik keek hij naar een leuke, rode kruiwagen en schopte er telkens tegen, tot die uiteindelijk omviel.

"Bah," mopperde hij in zichzelf, ,,'t zijn altijd dezelfde dingen, waarmee ik moet spelen. Ze vervelen me zo. Ik zou graag echte vleugels willen hebben, dan kon ik hoog de lucht invliegen. Dat verveelt niet zo als dit speelgoed."

Opeens hoorde hij geritsel en hij keek naar de plek, waar dat vandaan kwam.

Hij zag een elfje, dat met trillende vleugels op zijn omgeschopte kruiwagen neerdaalde.

Ze vond die blijkbaar heel mooi, want ze keek er met grote ogen naar.

Igor kende het elfje wel. 't Was Besselien uit het Bramenbos. Menig keer had hij haar vleugels bewonderd. En nu kon hij niet nalaten dat wéér te doen.

"Had ik ze maar," dacht hij jaloers.

Opeens werd hij boos.

"Boeh!" riep hij plagend naar het elfje.

Besselien schrok geweldig.

"Oh... oh.. .," hakkelde ze verlegen, "ik wist heus niet... eh... dat

jij. . . hier ook zat, Igor. Ik hoop. . . dat je niet boos op me bent, omdat ik op die prachtige kruiwagen ben gaan zitten. . ."

Ze wilde wegfladderen.

Maar dat wilde Igor niet. Hij snelde haar na, onderwijl roepend: "Blijf nog even. .. Ik verveel me zo."

In zijn grote haast zag hij de kruiwagen niet en struikelde erover. Pats! Boem!

Daar lag hij, precies met zijn neus in een perk, waarin gele zomerbloemen stonden te bloeien.

Besselien begon luid te lachen, want toen Igor opkeek, zag zijn hele snoet geel van het stuifmeel.

"Waarom doe je toch zo mal?" grinnikte ze. "Doe toch voorzichtiger. Je zag die grote kruiwagen toch wel?"

Igor krabbelde mopperend op en poetste met zijn zakdoek zijn gezicht schoon.

Toen dat gebeurd was, gaf hij opeens een schop tegen de kruiwagen. "Da's niet aardig," zei Besselien, "want het is je eigen domme schuld, dat je viel."

Ze tripte naar de kruiwagen toe en zette die rechtop.

;,Wat is hij mooi," mompelde ze en toen bekeek ze vlug het andere speelgoed.

"Nou, nou," zei ze bewonderend, "jij hebt veel speelgoed, zeg. 't Lijkt hier net een winkel."

Igor haalde onverschillig de schouders op.

"Thuis heb ik nog veel meer, maar alles verveelt me zo gauw. Ik zou willen, dat ik vleugels had, zoals jij. Dan kun je tenminste vliegen en dat verveelt natuurlijk nooit."

Hij maakte met zijn armen een breed gebaar en bewoog die zacht heen en weer, net alsof het vleugels waren.

De donkere oogjes van Besselien lachten vrolijk.

,,'t Lijkt warempel wel of je het meent," zei ze.

"Natuurlijk meen ik het," zei Igor snibbig. "Ik zou nu meteen opstijgen en boven het bos gaan vliegen."

"Maar ja.. .," zei Besselien ernstig, ,Jij hebt geen vleugels... dus kun

je niet meteen opstijgen."

"Leen jij me voor één keer je vleugels," stelde Igor voor. "Als je dat doet, krijg je m'n kruiwagen en al het speelgoed, dat je hier ziet liggen.

Besselien keek even stil naar al die mooie dingen. Ze wilde dat speel

goed graag hebben. Vooral die rode kruiwagen.

Maar nee, ze schudde het hoofd en zei: "Wij, elfjes, mogen onze vleugels nooit uitlenen. Dat weet je toch wel? Het is ons streng verboden door de elfenkoningin. Weet je . . . als ik het toch zou doen en de koningin kreeg dat te horen, dan nam ze mij voorgoed de vleugels af. En dàt zou je toch niet willen, hè?"

"Nee," zei Igor, al klonk het niet zo eerlijk.

Hij kon niet laten vol verlangen naar haar vleugels te kijken.

 

Igors moeder kwam naar buiten.

Ze riep hem binnen, omdat het etenstijd was.

Besselien vloog snel terug naar het Bramenbos.

Nauwelijks zat Igor aan tafel, of hij begon al te mopperen.

,Jullie moeten een paar vleugels voor me kopen," bromde hij. "Ik wil net als Besselien door de lucht vliegen."

"Maar m'n lieve jongen toch," lachte mama, "dat gaat toch niet! We kunnen alles voor je kopen, behalve vleugels, want die zijn niet te koop. Die moet je doodgewoon hèbben."

Papa zei ook nog een woordje.

"Nee, jongen," sprak hij, "ik heb veel centjes, maar daar kan ik geen vleugels voor kopen. Vleugels zijn voor vogels, insekten of elfjes."

"Toch wil ik vleugels hebben," hield Igor koppig vol en schoof ruw het bord met eten van zich af.

"Zeur niet over dingen die niet kunnen," vermaande papa hem. Igor ging door en werd zeer vervelend. Met een rood gezicht brulde hij luid: "Ik wil vleugels hebben! Ik wil!"

Mama bracht hem toen naar boven en stopte hem in bed. Igor vond dat niet prettig en hij werd bozer en bozer. En toen kwam opeens in zijn kabouterhoofdje een lelijk plan opzetten.

Als de klok twaalf uur middernacht zou slaan en iedereen zou slapen, dan zou hij de vleugels van Besselien gaan stelen.

Het lukte hem om wakker te blijven tot de klok twaalf uur sloeg en toen sloop hij stilletjes in pyjama het huis uit, naar het Bramenbos. Besselien woonde in het tweede laantje links. Dat was voor hem gemakkelijk te vinden, want hij was er al eens eerder geweest.

Gelukkig stond, zoals hij al gedacht had, het raam van haar slaapkamer hoog opengeschoven. 't Was ook zo'n warme zomernacht. Niemand sliep nu met gesloten ramen. Duidelijk hoorde hij de rustige ademhaling van de slapende Besselien.

Zonder zich verder te bedenken wipte Igor geluidloos over de vensterbank naar binnen.

Op een tafeltje naast het bed glinsterden de vleugels hem al tegemoet. Hij greep ze meteen en maakte, dat hij er mee wegkwam.

In de tuin van zijn eigen huis voelde hij zich er pas veilig mee. Daar probeerde hij trillend van blijdschap de vleugels aàn te doen.

Maar dat ging niet met zijn pyjama aan. Dus trok hij die uit. Poedelnaakt stond hij nu op het gras en probeerde met allerlei gekke bewegingen de vleugels op zijn rug vast te krijgen.

Eindelijk lukte dat.

Hij gaf ten gilletje van blijdschap en steeg meteen op. Eerst bleef hij laag over de slapende bloemen en bomen vliegen. Maar al gauw begon hem dat te vervelen. Hij zette koers naar het bos. Maar daar verveelde hij zich ook. Toen ging hij maar weer terug naar de tuin.

Opeens zag hij, dat de balkondeuren van de slaapkamer van zijn ouders openstonden.

"Ik ga mama en papa plagen," verzon hij. "Ik doe net, of ik een lastige mug ben.

Daar heeft papa zo’n hekel aan Wat zullen ze schrikken!"

In zichzelf grinnikend van de voorpret, vloog hij zoemend door de wijdopenstaande deuren en scheerde laag over de slapende hoofden van zijn ouders heen.

Papa schrok, zoals altijd, het eerst wakker.

"Er is weer een mug binnen, mama" foeterde hij boos. ,Jij hebt natuurlijk weer vergeten een hor voor de deuren te doen."

Mama zuchtte half slapend:

,,'t Is veel te warm voor dichte deuren op deze zomernacht. Laat me alsjeblieft slapen. Ik geef niks om die mug."

Ze draaide zich om en sliep verder. Papa deed hetzelfde. Igor kreeg nu pas echt zin om te plagen. Hij nam een duikvlucht en zoemde rakelings over papa's hoofd.

Met een luide brul schoot die overeind, pakte vlug de vliegenmepper en sloeg naar die lastige mug.

Igor kon niet zo vlug wegkomen. Daardoor kwam die mepper met een klinkende klap op zijn blote bibs terecht. Dat deed vreselijk veel pijn.

"Au!" kreunde hij luid, vergetend, dat een mug dat niet kon roepen. Hij fladderde omhoog en ging verschrikt op de lamp zitten. Papa knipte de schemerlamp naast zijn bed aan. Door dat felle licht schrok mama helemaal wakker.

"Wat gebeurt er toch allemaal!" riep ze boos.

"Dat probeer ik nu juist te weten te komen," zei papa met een nieuwsgierig klankje in zijn stem. "Ik hoorde zoëven een mug "au" roepen en dat vind ik een vreemde zaak."

Beiden keken omhoog en zagen al gauw op de lamp een vreemd wezen zitten.

Ze hadden eerst echt niet in de gaten, dat het hun zoontje was, want hij zag er zo heel anders uit, met vleugels en geheel naakt.

"Die klap deed veel pijn, papa," hoorden ze hem zeggen. Gelijk bemerkten ze, dat het Igor was.

Ze sprongen uit bed.

"Kom van die lamp af," riep papa. "Wat zullen we nu beleven! Hoe kom jij aan die vleugels, mannetje?"

"Waarom heb je geen kleren aan? Waar is je pyjama?" klonk mama's bezorgde stem.

Igor wreef nog even over de pijnlijke plek op zijn bibs en fladderde dan van de lamp af.

,,'t Is zo fijn om vleugels te hebben," lachte hij. "Ik heb ze van Besselien gestolen, want ze slaapt toch.. ."

Papa en mama moesten met moeite hun lachen bedwingen, toen ze hem daar poedelnaakt met die vleugels op zijn rug over hun bed zagen fladderen.

Maar toch waren ze ook ontzettend boos, omdat hij" gestolen had. Papa gebood hem: "Breng onmiddellijk de vleugels terug!"

,,0 nee," sputterde Igor tegen, ,,0 nee... ik wil er nog even mee door het huis vliegen. Geen sprake van," besliste papa. "Die vleugels zijn van Besselien en niet van jou!"

"Doe nu wat je vader zegt," suste mama. "Als de elfenkoningin ontdekt, dat Besselien haar vleugels niet meer heeft, dan zwaait er wat voor haar... en dat is niet zo prettig."

"Opschieten!" riep papa, die niet van treuzelen hield. "Ik zal jou precies als een lastige mug behandelen en je de balkondeuren uitmeppen.

Daar schrok Igor wel een beetje van. Hij vond één klets van die mepper

al meer dan genoeg. Daarom fladderde hij snel de deur uit.

Op de plek in de tuin, waar zijn gestreepte pyjamaatje lag, daalde hij neer.

Rits. .. rits... de vleugels af en de pyjama weer aan. Toen vlug naar

het Bramenbos.

Alles was er nog rustig en stil. Besselien sliep ook nog en bemerkte niet, dat Igor de vleugels weer netjes op de tafel naast haar neerlegde. "Gelukkig maar," dacht hij, "dat ze het niet gemerkt heeft. Nu hoeft ze niet te weten, dat ik ze even gestolen had."

Maar dat had Igor verkeerd gedacht, want papa en mama vonden wel, dat hij Besselien alles moest vertellen.

Dat was toch beter, vinden jullie ook niet?

Maar ik weet niet zeker, of Igor dat wel gedaan heeft.